Schakelen in Toscane: van afvalberg tot eigen wijn
Emigreren naar Italië betekent voortdurend schakelen. Lees over ons boerenleven in Toscane, een afvalberg en het maken van onze eigen wijn.
9/20/20265 min lezen


Van meerdere kanten kwam de vraag: is er iets aan de hand? Ik mis de blog. Gaat het wel goed met jullie?
Om jullie gerust te stellen: het gaat hier inderdaad goed. Het boerenleven in Toscane, het familieleven en het kantoorleven eisten alleen even al onze tijd op.
Stilgezeten hebben we echter niet.
Eerder vertelde ik over de afvalberg die de vorige eigenaar had achtergelaten. Die zou keurig worden opgehaald. De vorige eigenaar had ervoor betaald en de transporteur hoefde de spullen alleen nog maar op te halen. Maar ja: je hebt geen naam, geen bedrijfsnaam en geen concrete afspraak. Je vertrouwt dus op de mensen die je vertellen wat de stand van zaken is.
Ergens onderweg merk je echter dat het verhaal niet klopt en zichzelf begint tegen te spreken. We hebben veel geduld gehad — het terrein is gelukkig groot genoeg om de afvalberg niet voortdurend te hoeven zien — maar op een gegeven moment ben je er wel klaar mee. Vanuit de verkoper kwam geen enkele reactie en vanuit de makelaar kregen we wisselende berichten.
Dat betekent maar één ding: zelf actie ondernemen. We sorteren ons de rambam en werken zo de achtergelaten afvalberg stukje bij beetje weg.
Emigreren naar Italië is keuzes maken en vertrouwen hebben, maar bovenal de regie nemen én houden.
Over regie gesproken: achter ons huis in Toscane ligt onze eigen wijngaard. We hadden afgesproken dat we de rode druiven zouden verkopen. De reden was simpel: niet te veel hooi op onze vork nemen. Eerst maar eens landen op onze nieuwe plek; dat vonden we belangrijker dan al het werk dat op ons afkwam.
Dachten we.
Uit de gesprekken bleek dat we voor honderd kilo druiven ongeveer dertig euro zouden krijgen. De oogst is dit jaar goed en daardoor is de prijs extreem laag. Dan ontstaat er een dilemma: de druiven laten plukken is bijna duurder dan wat ze uiteindelijk opleveren.
Tja, dan denk je een keuze te hebben gemaakt, maar word je alsnog ingehaald door de werkelijkheid. De cursus ‘Schakelen voor beginners’ blijkt gratis bij onze emigratie naar Italië inbegrepen.
Samen met onze loonwerker hebben we daarom de mogelijkheden besproken. Na lang wikken en wegen besloten we de druiven niet te verkopen. In plaats daarvan hebben we een klein familiebedrijf gevonden dat de wijn voor ons gaat maken, onder ons eigen label.
En in Italië gaat dat toch net even anders dan in Nederland. Dat betekent dat we ongeveer eens per maand langs mogen gaan om onze wijn te proeven. Samen met de meester-wijnmaker bepalen we vervolgens wanneer de volgende stappen in het proces mogen worden gezet.
Maar het is dus een feit — en daarmee ook groot nieuws: vanaf mei of juni volgend jaar komt onze eigen rode wijn op fles.
Een biologische Sangiovese met een toevoeging van vijf procent Ciliegiolo. Een fruitige rode wijn die licht gekoeld gedronken kan worden en daardoor heerlijk is als aperitief, maar ook goed past bij vis en vlees.
Dus bij dezen: onze eigen wijn is in aantocht!
De witte druiven besloten we wel zelf te verwerken. De dag voor de oogst hadden we daarvoor een soort productiestraat ingericht. Eerst een tafel waaraan we de druiven konden sorteren. Daarachter stond de kneuzer, die de druiven zou kneuzen voordat alles in de wijnpers en uiteindelijk in de tank terechtkwam.
We hadden alles getest, dus we waren er helemaal klaar voor. Klinkt makkelijk, toch?
Om half zes ’s ochtends stonden we paraat, voorzien van snoeischaren, de nodige kratten en hulp van het hele gezin, inclusief mijn vader. Het is natuurlijk belangrijk dat er zo weinig mogelijk tijd zit tussen het plukken en het verwerken van de druiven.
Dus: gas erop!
Binnen drie uur waren alle druiven geplukt. Ze waren zo rijp dat werkelijk alles aan elkaar plakte.
Daarna begon het sorteren, want je wilt natuurlijk alleen de mooie druiven gebruiken voor je wijn. Alle dertig kratten werden daarom nog een keer uitgezocht: mooi aan de ene kant, niet mooi aan de andere kant.
Als ik daar nu op terugkijk, was het eigenlijk totaal gekkenwerk om het zo te doen. De Italianen gooien de druiven gewoon in de kneuzer. Van wat er vervolgens uitkomt, herkent toch niemand meer hoe iedere druif er daarvoor uitzag. Maar goed, wij hebben ze keurig één voor één gesorteerd.
Vervolgens bevestigden we de kneuzer aan de tractor en gooiden hem flink vol. In het begin werkte dat natuurlijk uitstekend. Totdat er ineens een duidelijke geur van gesmolten rubber waarneembaar werd.
Je raadt het al: de kneuzer was vastgelopen door al die steeltjes.
Alles is de eerste keer. Dus het apparaat werd gedemonteerd, schoongemaakt en daarna opnieuw getest. Had ik al gezegd dat alles plakte? Na die test werd dat er niet bepaald minder op.
Terwijl Hanneke de tractor startte en ik nog bij de uitvoer van het apparaat zat, kwam de kneuzer al spugend weer tot leven. En laat ik nu net in kleermakerszit recht voor die uitvoer hebben gezeten.
Ik zat letterlijk van top tot teen onder de druivenprut.
Had ik al gezegd dat het plakte?
Goed, een kleine tegenslag zullen we maar zeggen. Op naar de volgende fase: de wijnpers.
De Vermentino-druif mag niet te hard worden geperst als je het karakter ervan wilt behouden. Ik had de pers daarom zorgvuldig afgesteld en getest. Maar tijdens het vullen bleek dat de wijnpers er deze keer weinig zin in had. Er was geen beweging in te krijgen.
Ondertussen werk je met een voedingsmiddel. Dan kun je de pers niet zomaar openmaken om rustig naar de hydrauliekolie te gaan kijken. Bovendien begon de druivenmoes inmiddels al te stromen.
Uiteindelijk kozen we dus voor een alternatieve methode. We legden een drukdeksel op de druiven en daarop mochten de kinderen gaan staan. Precies het gewicht dat we nodig hadden om alsnog te kunnen persen.
Het leverde wat minder sap op, maar soms moet je inventief zijn.
Zelf wijn maken in Toscane stond op ons lijstje. Voor veel mensen klinkt dat waarschijnlijk ontzettend romantisch. Ik kan je vertellen: aan het einde van de dag voelde ik me vooral een wandelend suikermannetje.
Volgend jaar gaan ook de witte druiven dus keurig naar het familiebedrijf.
Naast al het werk aan de druiven hebben we ook ons machinepark uitgebreid met een zitmaaier. Ideaal voor ons terrein. Toen we hem kochten, dachten we: da’s mooi, dat vinden de kinderen vast leuk om te doen.
En leuk vinden ze het zeker. Er is alleen één probleem: ze zijn te licht voor de maaier. De veiligheidssystemen grijpen daardoor onmiddellijk in, waardoor er nog geen millimeter gras wordt gemaaid. Kortom: ik heb er vooral zelf wat speelgoed bij gekregen om onze grasmat Hollands kort te houden.
En dan de meiden. Na tweeënhalve maand in Italië zijn ze naar school gegaan. De eerste week hebben ze goed doorstaan. Van maandag tot en met vrijdag zitten ze iedere dag van 08.00 tot 13.00 uur op school en vanaf oktober komt daar ook de zaterdag bij.
Dat is natuurlijk behoorlijk wennen, maar ik ben ontzettend trots op ze. Bovendien lijken ze hun draai al aardig te vinden. Dat blijkt wel uit de verschillende jongens die tegenwoordig ineens heel ‘spontaan’ bij ons op het erf langskomen.
De afvalberg wordt kleiner, de wijn ligt te rijpen, het gras blijft Hollands kort en de meiden vinden langzaam hun plek. Misschien is dat wel emigreren: niet alles onder controle hebben, maar steeds beter leren schakelen, accepteren en genieten van wat er is.
